Woord van de Voorzitter
Over het protocol met de minister van Mobiliteit
Beste collega’s,
Het voorjaar stond opnieuw in het teken van intens overleg en stevige discussies met de minister van Mobiliteit en zijn kabinet. Zoals jullie weten, gingen de gesprekken over de uitvoering van de afspraken uit het regeerakkoord met betrekking tot HR-Rail, NMBS en Infrabel. De inzet was en blijft groot: het gaat over de toekomst van onze werkzekerheid, onze statuten en het respect voor het spoorpersoneel dat dag in, dag uit deze maatschappij draaiende houdt.
Eerste onderhandelingen: hoop en ontgoocheling
In een eerste fase werd een voorstel op tafel gelegd dat al snel door onze achterban werd verworpen. Niet uit onwil, maar omdat het eenvoudigweg niet tegemoetkwam aan de bezorgdheden van de mensen op het terrein. Onze leden hebben duidelijk gemaakt dat men niet bereid is in te leveren op fundamentele principes zoals werkzekerheid en gelijke behandeling.
Na deze afwijzing werden de onderhandelingen opnieuw opgestart. Er werd geprobeerd om stap voor stap dichter bij elkaar te komen. We wilden een akkoord dat evenwichtig, rechtvaardig en toekomstgericht was. Maar wat volgde, stelde opnieuw zwaar teleur.
Het tweede voorstel: oude wijn in nieuwe zakken
Het nieuwe voorstel dat uit het kabinet en het spoorwegmanagement kwam, leek op het eerste gezicht tegemoet te komen aan bepaalde bezorgdheden. Maar bij nader inzien bleek dat slechts gedeeltelijk het geval. Na grondige bespreking met onze achterban werd het ook dit keer duidelijk verworpen.
De redenen daarvoor zijn glashelder:
1️⃣ Vanaf 1 januari 2028 zou de aanwerving van nieuw personeel enkel nog contractueel gebeuren, behalve voor een beperkt aantal categorieën. Dat wordt terecht gezien als een sluipende afbouw van de tewerkstelling bij het spoor.
2️⃣ Het voorstel voorziet een mogelijke afbouw van het statutaire personeel wegens ‘economische overmacht’. Een onaanvaardbare regel, die wordt ervaren als een aanslag op de werkzekerheid en het principe dat wie statutair is, ook blijvende zekerheid verdient.
3️⃣ En alsof dat nog niet volstond, bevat het voorstel een chantagebepaling: als er geen akkoord komt, worden vanaf 1 januari 2028 alle aanwervingen automatisch contractueel. Dat voelt aan als druk, als een poging om mensen in een hoek te duwen in plaats van samen te zoeken naar oplossingen.
Wat leeft er bij onze mensen
De signalen van onze leden zijn luid en duidelijk. Er heerst ontevredenheid, maar ook een sterk gevoel van solidariteit. Spoorwerknemers voelen zich miskend in hun inzet, terwijl ze dag in dag uit cruciaal werk leveren voor het land. Men vraagt niet om privileges, maar om respect, zekerheid en duidelijke toekomstperspectieven.
Onze visie: samen sterk voor een waardige toekomst
Als voorzitter wil ik benadrukken dat wij blijven staan voor sociale rechtvaardigheid en werkzekerheid voor iedereen binnen de spoorsector. We kunnen en mogen niet aanvaarden dat statutaire zekerheid wordt uitgehold onder het mom van efficiëntie of modernisering. Hervormen mag, maar niet ten koste van de mensen die het spoor dragen.
Wij willen blijven onderhandelen — maar op basis van respect, transparantie en echte bereidheid om tot een evenwichtig akkoord te komen.
Slotwoord
Collega’s, ik weet dat deze periode zwaar is. De onzekerheid, de teleurstelling, het gevoel niet gehoord te worden, het weegt. Maar ik weet ook dat wij als spoorfamilie sterker zijn dan ooit. Samen blijven we strijden voor waardig werk, zekerheid en respect.
We laten niemand achter. En we laten ons niet verdelen.
Met collegiale groet,
Werner Baetsleer