Verslag – Commissie veiligheid op het spoor (NMBS / Securail / politie-samenwerking)

18.06.2026

In de commissie werd uitgebreid gedebatteerd over de veiligheid op en rond het spoor, de samenwerking tussen de betrokken diensten en de rol van zowel federale als lokale actoren.

 

1. Samenwerking en lokale verankering

 

De minister en de vertegenwoordigers van NMBS en Securail benadrukten dat de samenwerking tussen Securail en de politie vandaag reeds goed verloopt en verder wordt versterkt. Dit gebeurt zowel op federaal niveau, via de samenwerking met de spoorwegpolitie, als op lokaal niveau met de lokale politiezones.

Er werd gewezen op het belang van een gedifferentieerde aanpak per stad en per station. Lokale problemen moeten volgens de regering zoveel mogelijk lokaal worden aangepakt, via lokale veiligheids- en actieplannen in samenwerking met lokale politie, federale politie en andere partners.

Momenteel bestaan er twintig veiligheidsplannen voor stations. De bedoeling is om deze aanpak uit te breiden naar andere stations waar gelijkaardige problemen worden vastgesteld. Daarbij wordt ingezet op betere informatie-uitwisseling, een beter beeld van de problematiek en een complementaire inzet van middelen.

Het veiligheidsgevoel van reizigers wordt opgevolgd via maandelijkse klantentevredenheidsenquêtes, die deel uitmaken van de KPI’s in het beheerscontract.

 

2. Toegangspoortjes en ticketcontrole

 

De invoering van toegangspoortjes in stations wordt momenteel onderzocht op vraag van de regering. NMBS bekijkt daarbij de impact op fraude, veiligheid, stationconfiguratie en internationale voorbeelden. Het dossier wordt besproken met het kabinet en zal vervolgens aan de raad van bestuur worden voorgelegd.

Over de verkoop van vervoersbewijzen aan boord van de trein werd beslist om deze af te schaffen. De NMBS motiveert dit door te wijzen op het belang van duidelijkheid: reizigers moeten vóór het instappen beschikken over een geldig vervoersbewijs.

Volgens NMBS leidde de mogelijkheid tot aankoop aan boord tot discussies en soms agressie tegenover personeel. Door de maatregel kunnen treinbegeleiders zich beter richten op hun kerntaken zoals veiligheid, stiptheid en reizigersinformatie.

De organisatie kondigde een brede communicatiecampagne aan en voorziet uitzonderingen voor reizigers die te goeder trouw hun vervoerbewijs of abonnement vergeten zijn.

De maatregel kadert ook in de strijd tegen fraude, die volgens de NMBS is gestegen tot bijna zeven procent.

 

3. Stille alarmen en communicatie

 

Er werd verwezen naar het systeem van stille alarmen, onder meer in vergelijking met Nederland. Daar wordt het systeem positief geëvalueerd, maar blijkt dat een groot deel van de meldingen geen echte veiligheidsincidenten betreft, maar eerder foutief of oneigenlijk gebruik.

Securail gaf aan dat de verdere uitrol van een stil alarmsysteem mogelijk is, maar dat dit pas kan nadat het nieuwe communicatieplatform volledig operationeel is. De invoering is daarom niet voorzien op korte termijn.

De modernisering van het communicatieplatform is prioritair. In de toekomst zouden bijkomende kanalen zoals sms of WhatsApp geïntegreerd kunnen worden, zodat communicatie efficiënter kan verlopen.

 

4. Bodycams en uitrusting

 

De invoering van bodycams werd breed besproken. Volgens de regering en Securail zijn bodycams geen wondermiddel, maar wel een belangrijk aanvullend instrument.

Ze kunnen een ontradend effect hebben en leveren bovendien belangrijk bewijsmateriaal, inclusief geluidsopnames, wat een meerwaarde is ten opzichte van klassieke camerabewaking.

De voorbereiding voor invoering loopt parallel met het wetgevend traject. Daarbij wordt overleg gevoerd met vakorganisaties over de praktische uitrol, mogelijke pilootprojecten en de implementatie. Ook samenwerking met andere openbaarvervoermaatschappijen wordt voorzien.

 

5. Bevoegdheden, uitrusting en uniform

 

Er werd gedebatteerd over de bevoegdheden van Securail-personeel. De organisatie vraagt een verduidelijking en gedeeltelijk herstel van bepaalde bevoegdheden die in het verleden werden ingeperkt.

Als voorbeeld werd verwezen naar de mogelijkheid om weerspannige personen effectiever onder controle te houden en, indien nodig, te kunnen boeien.

Ook werd gepleit voor een vlottere toegang tot het Rijksregister voor identiteitscontroles, naar analogie met andere vervoersmaatschappijen.

Wat uitrusting betreft, werd gesteld dat pepperspray slechts zeer beperkt bruikbaar is door de strikte voorwaarden. Over de wapenstok bestaat verdeeldheid: sommigen zien een ontradend effect, anderen vrezen escalatie.

De invoering ervan zou enkel mogelijk zijn via een wettelijk kader en in overleg met bevoegde ministers. Daarbij wordt gesteld dat bodycams een noodzakelijke voorwaarde zouden zijn bij eventuele verdere stappen.

Over het uniform werd bevestigd dat de rode kleur behouden blijft omwille van de herkenbaarheid en zichtbaarheid van het personeel in stations.

 

6. Personeelsbeleid, vertrouwen en werkcultuur

 

Er werd uitgebreid stilgestaan bij de interne werking en het vertrouwen binnen de organisatie. Volgens de sprekers bestaat er nog steeds een vertrouwensprobleem bij een deel van het personeel, dat historisch gegroeid is.

Er wordt gewerkt aan het herstel van dit vertrouwen via communicatie, transparantie en structureel overleg met zowel personeel als syndicale vertegenwoordigers.

Het actieplan wordt omschreven als een “levend document” dat voortdurend wordt aangepast op basis van feedback uit het werkveld. Zowel grote beleidskeuzes als kleine dagelijkse verbeteringen maken deel uit van dit proces.

Als voorbeeld werd verwezen naar de tijdige planning van zomerverlof en andere organisatorische maatregelen.

 

7. Personeelscijfers en veiligheid

 

Het absenteïsme binnen de veiligheidsdiensten ligt hoger dan het gemiddelde binnen de spoorwegmaatschappij, maar er zou een dalende trend zichtbaar zijn richting 2026.

Wat de veiligheid betreft werd verwezen naar ernstige incidenten van agressie tegen personeel, onder meer in Antwerpen en Brussel. Dergelijke feiten worden als onaanvaardbaar beschouwd.

Bij dreigementen of verdachte communicatie wordt systematisch klacht neergelegd bij de politie en worden de diensten gealarmeerd, ook al is niet altijd volledige duidelijkheid over de herkomst of context van de berichten.

 

8. Operationele inzet en capaciteit

 

Er werd toegelicht dat er dagelijks een groot aantal interventies plaatsvindt door Securail en de politie. Veel incidenten houden verband met zwartrijden, agressie en overlast.

Door beperkte personeelscapaciteit moeten prioriteiten worden gesteld. De inzet van patrouilles gebeurt risicogebaseerd, waarbij bepaalde verbindingen of stations meer aandacht krijgen afhankelijk van hun gevoeligheid en drukte.

De samenwerking tussen Securail en politie wordt daarbij verder versterkt, met aandacht voor een efficiënte en complementaire inzet van middelen binnen de bestaande capaciteit.

 

9. Algemene conclusie

 

De commissie benadrukte het belang van een geïntegreerde aanpak van spoorveiligheid, waarin preventie, personeelsinzet, technologische ondersteuning en duidelijke bevoegdheden samenkomen.

Er is brede erkenning dat samenwerking tussen federale en lokale actoren essentieel is, net als blijvende investeringen in personeel, communicatie en moderne middelen.

Tegelijk blijft de uitdaging bestaan om binnen beperkte middelen een zo effectief mogelijke en zichtbare veiligheidsaanpak te garanderen.