Waarom we nog staken: de moeder van alle stakingen
De vraag duikt de laatste tijd steeds vaker op: waarom zouden we eigenlijk nog staken, als het gevoel leeft dat het toch niets uithaalt?
Die bedenking is begrijpelijk. De opeenstapeling van maatregelen, hervormingen en plannen die vandaag op ons afkomt, is ongezien. Zo’n golf van veranderingen hebben we in het verleden nog nooit meegemaakt. Het is dus logisch dat sommigen zich afvragen of protest nog zin heeft. Maar dat beeld klopt niet helemaal. Ondanks de druk en de vele maatregelen is er dankzij jullie inzet en de voorbije stakingsdagen wél beweging gekomen. Zo werd langdurige ziekte geschrapt uit de negatieve pensioenberekening, telt één loopbaanjaar opnieuw vanaf 104 gewerkte dagen en werd de bonus-malusregeling uitgesteld tot 2027. Dat zijn geen toevalligheden en zeker geen cadeaus. Het zijn enkele tastbare resultaten, rechtstreekse gevolgen van syndicale druk en collectieve actie.
De staking van eind januari gaat echter over iets dat nog fundamenteler is.
Ze draait rond het verdwijnen van de tweederdemeerderheid in het Nationaal Paritair Comité en rond de statutaire benoemingen. Het schrappen van die tweederdemeerderheid heeft één duidelijk doel: men wil beslissingen kunnen nemen zonder akkoord van de vakbonden. HR zegt dat het sociaal overleg zal blijven bestaan, maar wie de geschiedenis kent, weet dat beloften en realiteit niet altijd samenvallen. Zonder die versterkte meerderheid krijgen de entiteiten de vrije hand om verregaande beslissingen te nemen over arbeidstijden, werkregimes en shiften. En dat is geen verre dreiging. In een recente parlementaire vraag aan minister Crucke over de betrouwbaarheid van het rollend materieel werd al gesteld dat aangepaste werkweken en meer shiftwerk “noodzakelijk” zijn. Op bijkomende vragen van VSOA-Spoor liet NMBS weten dat het onderhoud van het materieel meer zal plaatsvinden op momenten dat treinen niet in dienst zijn. Met andere woorden: meer nacht- en weekendwerk. De impact daarvan op onze arbeidsregimes is nog in analyse, maar de richting is duidelijk.
Dat is slechts één voorbeeld van wat er op het spel staat wanneer beslissingen genomen worden zonder een stevige syndicale tegenmacht. Precies daarom blijft staken noodzakelijk. Niet omdat het een doel op zich is, maar omdat het een middel is om rechten te beschermen, overleg af te dwingen en evenwicht te bewaren. Zonder dat tegengewicht wordt er niet mét ons beslist, maar óver ons.
Daarnaast liggen ook de statutaire benoemingen zwaar onder vuur. Die stoppen op 1 juni 2026. Je zou kunnen zeggen dat wie daarna bij de spoorwegen start op voorhand weet dat hij of zij contractueel zal werken. Maar zo eenvoudig is het niet. Die verschuiving naar contractuele aanwervingen is gevaarlijk. In een omgeving als de Spoorwegen, waar veiligheid altijd op de eerste plaats komt, beschermt het statuut medewerkers. Het biedt hen de onafhankelijkheid en de moed om in te grijpen wanneer de veiligheid in het gedrang komt — zonder schrik om hun job te verliezen.
De vraag is of contractuele medewerkers die vrijheid ook zullen hebben. Zullen zij nog durven ingrijpen wanneer dat nodig is, wetende dat hun contract zomaar kan stopgezet worden? Wat als ze, onder druk van vertragingen of exploitatieverwachtingen, verweten worden dat ze “de werking hinderen”? Het risico is reëel dat mensen in contractuele statuten minder snel een veiligheidsingreep durven doen, gewoon uit angst voor de gevolgen. En dat is niet alleen onverantwoord, maar ook gevaarlijk — voor zowel personeel als reizigers.
Bovendien gaat het beëindigen van het statuut voor nieuwe werknemers leiden tot een spoorweg met twee snelheden. Er zal bijzonder nauw moeten worden opgelet dat contractueel personeel niet bevoordeeld wordt ten opzichte van statutair personeel. De eerste tekenen zijn er trouwens al: er worden functies gecreëerd die duidelijk op maat zijn van contractuele profielen. Dat voedt de vrees dat men via de achterdeur een systeem invoert waarin twee categorieën personeelsleden naast elkaar bestaan, met verschillende rechten, zekerheden en kansen.
Net om dat te vermijden, is staken vandaag nog altijd nodig. Niet uit gewoonte of koppigheid, maar omdat het ons krachtigste middel blijft om evenwicht, overleg en rechtvaardigheid te bewaren — en om te zorgen dat er niet over ons, maar mét ons beslist wordt.